De motor
Rotatie- of krachtsensor
Een elektrische fiets maakt gebruik van een elektrische hulpmotor. De gebruiker kan deze motor activeren door de fiets met spierkracht voort te bewegen. Deze beweging wordt geregistreerd door een sensor die aan de besturing doorgeeft hoeveel ondersteuning gegeven moet worden. Er bestaan twee type sensoren die dit kunnen regelen; de rotatiesensor en de krachtsensor.
- Rotatiesensor
Een rotatiesensor werkt als volgt: een magneetje komt langs de sensor en als de magneet vaker langs de sensor komt wordt er sneller gefietst. Deze sensor zit meestal direct aan de crank of trapas bevestigd. Wanneer de trapfrequentie (RPM, rotaties per minuut) toeneemt, geeft de motor meer ondersteuning. Het voordeel bij deze sensor is dat de ondersteuning meteen aanslaat bij het wegrijden, de aansturing hoeft niet eerst de kracht te meten. Dat is vooral erg fijn wanneer je vertrekt op een helling. Het nadeel is echter dat je bij langzaam fietsen een niet zo nauwkeurige ondersteuning krijgt.
- Krachtsensor
Een krachtsensor maakt gebruik van het principe dat het frame licht vervormt als gevolg van de kracht die op de pedalen wordt gezet. Deze kracht wordt namelijk via de ketting op het achterwiel overgebracht. Door de pedaalkracht wordt de achteras een fractie naar voren getrokken en vervormt het frame licht. Door deze vervorming met een krachtsensor te meten, kan de hoeveelheid te leveren ondersteuning bepaald worden. Het voordeel is dan ook dat er bij veel kracht (en dus een lage trapfrequentie) veel ondersteuning geboden wordt. Het nadeel is echter dat vooral bij wegrijden uit stilstand niet direct ondersteuning wordt gegeven omdat de aansturing eerst moet registreren dat er gereden.
Type aandrijving
Elektrische fietsen zijn uitgerust met een borstelloze motor. Hierdoor kan de gebruiker de fiets ook zonder ondersteuning gebruiken zonder dat dat veel zwaarder fiets. Een borstelloze motor draait vrij rond als er geen ondersteuning ingeschakeld is. Er bestaan drie soorten aandrijving: op het voorwiel, op het achterwiel en met een middenmotor.
De aandrijving op de wielen (voor- en achterwiel) zorgt ervoor dat de fiets zeer discreet is en de aandrijving niet erg zichtbaar. Nadeel is wel dat bij een lekke band het uitnemen van het wiel iets meer moeite kost.
Het maakt voor het gewicht niet heel veel uit of de motor in het voor- of achterwiel is geplaatst. Als voordeel voor de achterwielmotor wordt vaak genoemd dat je meer het gevoel van een zetje in de rug hebt, dus altijd de wind mee hebt, terwijl de voorwielmotor je juist vooruit trekt en daardoor een minder comfortabele rit oplevert. Het nadeel van een achterwielmotor is dat deze niet mogelijk is in combinatie met een naafversnelling en een gesloten kettingkast omdat dit nog niet te combineren valt. Daardoor zul je bij fietsen met een dichte kettingkast dus altijd een voorwielmotor tegenkomen.
De middenmotor zit op het trapstel en zorgt voor een zeer goede stabiliteit. Het gewicht van motor en batterij zit immers centraal en laag. Doorgaans is de wielbasis van dergelijke fietsen wel iets langer en ogen ze iets minder compact, al kan dat worden opgevangen door te kiezen voor een kleiner 26 inch frame.
Al dan niet met ‘handgas’
Sommige elektrische fietsen zijn uitgerust met een zgn. ‘handgas’ functie. Hiermee kunt u de fiets aan de hand bekrachtigen tot maximaal 5 per uur. Dat kan handig zijn als je met een doorgaans toch zwaardere elektrische fiets aan de hand een ondergrondse garage uit wil.
